 |
29 november 2006
Progressieven winnen in Amerikaanse referenda
Door Arjen Nijeboer
Tegelijk met de verkiezingen van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden, op 7 november, werden in 37 deelstaten totaal maar liefst 204 verschillende referenda gehouden. Een rapport van het Ballot Inititiative Strategy Center (BISC) somt de uitkomsten op.
In de VS is het gebruik om referenda op te sparen tot er een verkiezing is. Hierdoor wordt er doorgaans maar eens per twee jaar gestemd, waarbij kiezers in een deelstaat dan soms over meer dan 10 onderwerpen hebben te beslissen. Sommige voorstanders van directe democratie prefereren het Zwitserse model, waarin 2 tot 4 keer per jaar gestemd wordt meerdere onderwerpen, waardoor kiezers per keer over veel minder onderwerpen hoeven te beslissen en het publieke debat op een hoger peil staat.
Van de 204 referenda waren er 79 door burgers geďnitieerd (29 werden er aangenomen) en 125 door parlementen of andere staatslichamen (zgn. ‘legislative referenda’; hiervan werden 108 aangenomen).
De uitkomsten op 7 november werden gevierd als een grote overwinning voor progressieve zijde. In 6 deelstaten werden volksintiatieven voor een verbetering van het minimumsalaris aangenomen. Drie volksinitiatieven voor belastingverlaging die in 3 verschillende staten waren gelanceerd door de conservatieve groepering TABOR, werden alle afgewezen. Voorstellen ten voordele van het homohuwelijk werden in 7 van de 8 staten aangenomen. Een voorstel in South Dakota om abortus vergaand terug te schroeven, werd afgewezen. Progressieve groeperingen slaagden er verder in om voorstellen voor een betere publieke financiering van het onderwijs in 8 deelstaten aangenomen te krijgen.
Bron: Ballot Initiative Strategy Center, rapport “The 2006 Initiative & Referenda Election Results”, www.ballot.org
|