contact zoeken english
"Welke regering is de beste? Die regering die ons leert onszelf te regeren."   -   Goethe
Email updates
DOSSIER EU-REFERENDUM>> WORD DONATEUR>> WAT IS DIRECTE DEMOCRATIE?>>
vrijdag 3 september 2010
Referendum Platform
Vijzelstraat 72
1017 HL Amsterdam
Tel 06-52450279
Fax 020-4207759

Dossier politieke partijen

 

Hoe denken de partijen over invoering van het referendum?

 

Samengevat: De zgn. 'progressieve' partijen (PvdA / GroenLinks / SP / D66) zijn traditioneel de sterkste voorstanders. De meeste fortuynisten / 'nieuwe rechtsen' spreken zich ook voor referenda uit, hoewel soms minder duidelijk. De ChristenUnie is recent omgegaan en steunt nu ook het correctieve referendum, het VVD leek eerder om te gaan maar zwijgt de laatste tijd weer over referenda. CDA en SGP zijn tegenstanders van alle vormen van referenda.

 

Standpunten per partij


CDA


Samen met de SGP veranderde het CDA resp. de partijen waar zij uit is opgebouwd nooit van mening. Zij is principieel tegen elke vorm van directe democratie. Zij brengt het zelden ter sprake maar in documenten hierover wijst zij de volkssoevereiniteit principieel af. Met uitzondering van de periode 1994-2002 waren de christendemocraten de spil van de regeringscoalitie en kon als zodanig het referendum steeds blokkeren. Het verkiezingsprogramma 2006 stelt onomwonden dat de partij tegen referenda is omdat deze onduidelijkheid scheppen over het vervolgtraject (waarmee bedoeld wordt dat het CDA zich niet kan indenken dat politici referendumuitkomsten ècht zullen accepteren) en dat na een besluit niemand ter verantwoording geroepen kan worden (zie voor dit punt hoofdstuk 6).

PvdA

Is sinds de jaren ’80 weer geleidelijk voorstander van referenda geworden. Intern zijn veel bestuurders echter tegen. Onder de Paarse kabinetten stemde ze nogal aarzelend voor invoering van het correctief referendum en het volksinitiatief. Onder Wouter Bos is deze pro-referendumlijn een stuk steviger ingezet. Het verkiezingsprogramma 2006 stelt dat er geen tweede referendum over dezelfde Europese grondwet zal worden gehouden, en dat elke nieuwe verdragstekst ook door een referendum goedgekeurd moet worden. Anderzijds spreekt dit verkiezingsprogramma zich, net als eerdere, alleen uit voor het correctief referendum en zwijgt zij over het volksinitiatief, hoewel zij dus in de jaren ’90 daar al voor stemde. Op het PvdA-congres van oktober 2006 is een motie aangenomen om de spoedige volksraadpleging over de EU-toetreding van Turkije, voorgesteld door Geert Wilders, te steunen.

VVD

Is intern verdeeld. De paar keer dat het referendum op partijcongressen aan de orde komt, stemt circa een derde van de congresgangers voor (blijkens SCP-onderzoek is onder de leden een grote meerderheid voor). Het referendum is enkele keren opgenomen geweest in VVD-manifesten en programma’s. Veel VVD-politici hebben problemen met referenda. Onder Paars ging zij uit coalitiebelang akkoord met de opname van het correctief referendum, maar zij eiste wel dat er torenhoge drempels werden opgenomen waardoor het instrument in de praktijk niets voorstelde. Onder leiding van de toenmalige leider Van Aartsen, en onder druk van de populistische partijen die voor het eerst concurrentie bieden op de rechterflank, ging de VVD akkoord met een eenmalige volksraadpleging over de Europese Grondwet. Verder sprak het Liberaal Manifest zich in het algemeen voor ‘referenda’ uit (het was onduidelijk of men plebiscieten dan wel door burgers geïnitieerde referenda bedoelde). De VVD verklaarde zich akkoord met een volksraadpleging over de EU-toetreding van Turkijke, maar wil dat deze pas gehouden wordt als de toetredingsonderhandelingen zijn afgerond (wat nog tot 2016 zou duren). Het is onduidelijk of deze ontwikkeling naar meer directe democratie binnen de VVD zich zal doorzetten. De VVD is cruciaal voor het verkrijgen van een tweederde meerderheid om de grondwet te wijzigen, daar het CDA niet snel van standpunt zal veranderen en de andere partijen (nu) te klein zijn.

SP

De SP hinkt qua directe democratie op twee gedachten. Enerzijds wil het verkiezingsprogramma 2006 het correctief referendum invoeren. Daarnaast wil ze het ‘terugroepreferendum’ invoeren (waarmee de regering tussentijds tot aftreden gedwongen kan worden) en de subsidie aan politieke partijen verminderen. Deze beide voorstellen kunnen, behalve als principiële stellingnames, ook begrepen worden als verlicht eigenbelang van de SP, die in de afgelopen periode zelf als enige partij meer leden kreeg en als oppositiepartij te maken had met een zeer impopulair rechts kabinet). Anderzijds heeft ze de neiging om de staat op een voetstuk te plaatsen: ze claimt onderzoeken (helaas zonder bronvermelding) dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders gelukkig is met “onze parlementaire democratie”. Verder dienen burgers zich betrokken te tonen en moeten scholen verplicht worden tot het “aanleren van democratische vaardigheden”. Dat is weer de klassieke top-down benadering die men ook bij CDA en SGP vindt. Het standpunt pro volksinitiatief dat nog in het vorige verkiezingsprogramma te vinden was, is uit dit programma verdwenen. (Men spreekt wel van “volksinitiatief” maar hierbij bedoelt men slechts dat correctieve referenda door burgers aangevraagd worden.) De SP steunt het voorstel van Kamerlid Geert Wilders voor een spoedige volksraadpleging over de EU-toetreding van Turkije.

GroenLinks

Het verkiezingsprogramma spreekt zich uit voor invoering van het correctief referendum. Het pleidooi voor het volksinitiatief, dat nog in het vorige verkiezingsprogramma stond, is verdwenen. Nieuw is dat zij wil dat burgers zich kunnen uitspreken over de samenstelling van regerende coalities; ze zegt niet hoe dat zou moeten. Daarnaast wil zij meer referenda over Europese onderwerpen en de invoering van het Europees Burgerinitiatief. Zij spreekt zich uit voor een “bij voorkeur” Europawijd referendum over een nieuw EU-verdrag, als dat er komt. Dit standpunt voor een Europawijd referendum vindt men vaak bij pro-Europese partijen die het niet leuk vinden dat elk land soeverein is; zij willen dat de kiezers in EU-lidstaten als één electoraat gezien worden waarbij een ‘nee’ in individuele landen dus genegeerd kan worden. Dit is juridisch gezien nog onmogelijk en vanuit democratisch oogpunt ongewenst, want de lidstaten hebben deze soevereiniteit nooit overgedragen aan de EU. GroenLinks steunt het voorstel van Kamerlid Geert Wilders voor een spoedige volksraadpleging over de EU-toetreding van Turkije.

D66

Het is niet waar dat de partij al sinds haar oprichting voor het referendum is. Dit standpunt ontstond pas in de jaren ’80 en was lange tijd uiterst voorzichtig. Lange tijd beperkte D66 zich tot het correctieve referendum. In het verkiezingsprogramma 2002 sprak D66 zich het radicaalst van alle partijen uit: voor zowel het correctieve referendum als het volksinitiatief, met lage handtekeningendrempels en zonder opkomstdrempels. In het programma 2006 staan minder details maar men spreekt zich uit voor correctieve referenda op alle niveau’s: van buurt tot Europees niveau. Ook wil ze de invoering van het volksinitiatief en de invoering van een verplicht referendum voor bepaalde grondwetswijzigingen (die in de plaats komt van de tweede lezing na verkiezingen, die grondwetswijzigingen in Nederland enorm bemoeilijkt). Dubieuzer is dat D66 zich (net als b.v. de SP) ook voor plebiscieten uitspreekt – volksstemmingen ‘van bovenaf’ die door de regerende meerderheid worden uitgeschreven. Dat geldt ook (hoewel in mindere mate) voor haar idee voor een jaarlijkse peiling waarin de bevolking 3 prioriteiten voor het beleid kan aangeven, die de regering dan moet verwerken in het beleid. Dergelijke instrumenten laten veelal nauwelijks nuances toe, er is een enorme ruimte voor politici om uitslagen naar believen te interpreteren, ze zijn niet bindend, enz.

ChristenUnie

Deze partij ziet de overheid als “een dienares van God” en daarom verwerpt ze principieel de volkssoevereiniteit. Ze heeft dan ook altijd tegen voorstellen voor referenda gestemd. Met name binnen de GPV-stroming is men echter niet principieel tegen het correctieve referendum. Dit is geen volkssoevereiniteit, want de verkozenen zijn de enigen die voorstellen op de agenda kunnen zetten, en daarom is er geen bezwaar tegen, argumenteerde GPV-leider Schutte eens. De partij heeft ook overwogen om het eenmalige referendum over de Europese grondwet te steunen, maar dit uiteindelijk niet te doen. Het verkiezingsprogramma 2006 is nu het eerste programma dat het correctief referendum opneemt. Er wordt wel bij vermeld dat er een voldoende hoge handtekeningendrempel moet zijn en een opkomstdrempel van maar liefst 50 procent. Dat is erg hoog en zal in de praktijk voor problemen zorgen (waaronder boycotacties van referendumtegenstanders). Dit kan ervoor zorgen dat de ChristenUnie straks nog tegen het correctief referendum stemt als de PvdA-D66-GroenLinks-voorstellen daarvoor in de Tweede Kamer worden behandeld.

SGP

De SGP is een uitgesproken theocratische partij en samen met het CDA de enige partij die principieel tegen elke vorm van directe democratie is. De overheid is de “dienaresse Gods”. Waarom burgers van God wel personen mogen kiezen maar geen onderwerpen, blijft onduidelijk, tenzij we in het oog nemen dat de SGP tegen vrijheid is (het verkiezingsprogramma 2006 valt de “dwaze misvatting” aan dat “ieder mens vrij zou zijn om te doen en te laten wat hij of zij zelf wil”) en een vertegenwoordigend systeem meer onvrij is dan een directe democratie. Het referendum wordt niet met name genoemd in het partijprogramma 2006.

LPF

Zowel Pim Fortuyn als de vroege LPF hadden nauwelijks aandacht voor referenda. In zijn boek “De puinhopen van acht jaar paars” (2002), dat tevens diende als verkiezingsprogramma, argumenteerde Fortuyn wel een heel hoofdstuk lang dat het openbaar bestuur op de schop moet, met name door veel meer functionarissen direct te laten verkiezen, maar directe beslissingsmogelijkheden voor burgers via referenda of anderszins komen niet in het boek voor. Incidenteel heeft Fortuyn zich eens uitgesproken voor een plebisciet (niet-bindende volksraadpleging van bovenaf) over de Europese integratie, maar door burgers geïnitieerde referenda waren voor hem geen thema. Toen de LPF na de verkiezingen in de coalitie kwam, was één van de te bespreken punten wat de coalitie zou doen met de reeds ingediende grondwetswijziging voor een bindend correctief referendum, evenals de Tijdelijke Referendumwet. De LPF was niet geïnteresseerd om deze te steunen. Na de verkiezingen van januari 2003, waarbij de LPF werd gedecimeerd tot 8 zetels, veranderde de LPF en stemde voortaan voor de voorbijkomende referendumvoorstellen. Van de opvolger van de LPF – ‘Lijst Vijf Fortuyn’ – is geen standpunt bekend.

Partij voor de Vrijheid (Geert Wilders)

In zijn VVD-tijd gold Geert Wilders als tegenstander van referenda. Zijn Partij voor de Vrijheid heeft de koers iets gewijzigd. Het “Verkiezingspamflet 2006” spreekt zich uit voor “directe democratie” maar dit wordt vervolgens gespecificeerd als “bindende referenda, te beginnen over Turks lidmaatschap EU, wenselijkheid Euro en Antillen wel of niet in Koninkrijk”. Dat doet - evenals andere stukken van Geert Wilders – vermoeden dat hij met name voor plebiscieten is waarbij hij en de zijnen het onderwerp en de conclusie uit de stemming bepalen. Dat heeft weinig met directe democratie te maken. Anderzijds kan de Partij voor de Vrijheid het, als partij die “het land wil teruggeven aan de burgers”, nauwelijks verkopen indien zij straks in de Tweede Kamer tegen de invoering van door burgers geïnitieerde referenda stemt. Wij mogen dus aannemen dat zij in de praktijk voor referenda stemt. In september 2005 diende Geert Wilders een initiatiefwet in om een spoedig referendum over de EU-toetreding van Turkije mogelijk te maken.

Eén NL (Marco Pastors)

Het partijprogramma pleit voor een bindend correctief referendum, evenals een (door de overheid geïnitieerd?) referendum over de EU-toetreding van Turkije. Tweede man Joost Eerdmans schreef in zijn CDA-tijd nog vlammende opiniestukken tegen het referendum, sinds zijn herdoop tot fortuynist is hij opeens een rabiate voorstander. Dus voor andere partijen is er nog alle hoop.

Partij voor Nederland (Hilbrand Nawijn)

Er wordt in het verkiezingsprogramma 2006 op geen enkele manier gepleit voor meer zeggenschap van burgers. Het document bespreekt als de “Grondbeginselen van een democratische rechtsstaat” slechts zaken als “heldere bestuursstructuren”, “staatkundige eenheid en gedecentraliseerde verantwoordelijkheden” en “verantwoordelijkheid voor de burger”. Maar niet zoiets als volkssoevereiniteit of “we, the people”.

 
vorige pagina pagina printen