contact zoeken english
"Het parlementarisme, ofwel de officiele toestemming om uit vijf meningen te mogen kiezen..."   -   Friedrich Nietzsche
Email updates
Dossier EU-referendum>> Wat is directe democratie>> Gehouden referenda>> Argumenten>> Partijstandpunten>>
dinsdag 21 mei 2013

Dossier politieke partijen

 

Hoe denken de partijen over invoering van het referendum?

 

Samengevat: De zgn. 'progressieve' partijen (GroenLinks / D66 / SP / PvdA) zijn, in die volgorde, traditioneel de sterkste voorstanders van bindende, door burgers geinitieerde referenda. De PVV had in haar begintijd weinig belangstelling voor door burgers aangevraagd referenda, maar heeft een draai ten goede gemaakt. Ook de ChristenUnie is bijgedraaid en steunt een beperkte vorm van (correctief) referendum. De VVD neigde altijd naar tegen, steunde toch het nationale referendum in 2005, en neigt de laatste tijd weer naar tegen. Het CDA en de SGP blijven mordicus tegen. Al met al blijft het moeilijk een stabiele meerderheid te vinden voor invoering van het referendum op burgerinitiatief, zeker als dit via de grondwet (tweederde meerderheid) moet.

 

Standpunten per partij

 

VVD

Is intern verdeeld. De paar keer dat het referendum op partijcongressen aan de orde komt, stemt circa een derde van de congresgangers voor (blijkens SCP-onderzoek is onder de leden een grote meerderheid voor). Het referendum is enkele keren opgenomen geweest in VVD-manifesten en programma’s. Veel VVD-politici hebben problemen met referenda. Onder Paars ging zij uit coalitiebelang akkoord met de opname van het correctief referendum, maar zij eiste wel dat er torenhoge drempels werden opgenomen waardoor het instrument in de praktijk niets voorstelde. Onder leiding van de toenmalige leider Van Aartsen, en onder druk van de populistische partijen die voor het eerst concurrentie bieden op de rechterflank, ging de VVD akkoord met een eenmalige volksraadpleging over de Europese Grondwet. Verder sprak het Liberaal Manifest zich in het algemeen voor ‘referenda’ uit (het was onduidelijk of men plebiscieten dan wel door burgers geďnitieerde referenda bedoelde). De VVD verklaarde zich in het verleden akkoord met een volksraadpleging over de EU-toetreding van Turkijke, maar wil dat deze pas gehouden wordt als de toetredingsonderhandelingen zijn afgerond (wat nog vele jaren zal duren). Het is onduidelijk of deze ontwikkeling naar meer directe democratie binnen de VVD zich zal doorzetten. Het verkiezingsprogramma 2010 zwijgt in alle talen over democratische vraagstukken, inclusief het referendum.

 

PvdA

De voorloper van de PvdA, de SDAP, was de eerste die in het Nederlandse parlement voorstellen voor invoering van het referendum indiende (1903). In de decennia die volgden was het voor de partij echter geen thema. Sinds de jaren ’80 is de PvdA weer geleidelijk voorstander van referenda geworden (al blijven de bestuurders binnen de partij enigszins tot zeer sceptisch). Onder de Paarse kabinetten stemde ze (aarzelend) voor invoering van het correctief referendum en ook het volksinitiatief. Sinds de periode-Wouter Bos is deze pro-referendumlijn een stuk steviger ingezet. Ook heeft het PvdA-congres in 2006 besloten het voorstel van Geert Wilders te steunen voor een volksraadpleging over de EU-toetreding van Turkije. Het verkiezingsprogramma 2010 schetst uitgebreid de huidige crisis van de democratie en meldt: "Vertrouwen in het openbaar bestuur win je niet alleen met een transparante en efficiente overheid. Burgers willen directe invloed op het bestuur en vaker dan een keer per vier jaar. De vernieuwing van onze democratie is veelbesproken maar heeft nog weinig voortgang gemaakt in de afgelopen decennia. De PvdA heeft stelling genomen voor de door de Raad gekozen burgemeester, voor correctieve referenda, voor burgerinitiatieven, voor verbeteringen van het kiesstelsel. (...) Het maatschappelijk klimaat vraagt hier nadrukkelijk om." (p. 67-68)

 

Partij voor de Vrijheid

Geert Wilders heeft in een decennium een hele draai gemaakt. In zijn VVD-tijd gold Wilders als tegenstander van referenda. De vroege PVV wijzigde de koers iets en sprak zich (ook in het Verkiezingspamflet 2006) uit voor “referenda” over de EU-toetreding van Turkije, de wenselijkheid van de euro, het wel of niet behoren van de Antillen tot het Koninkrijk der Nederlanden, enzovoort. Uit toelichtingen bleek dat de PVV vooral voorstander was van plebiscieten (niet-bindende volksstemmingen die door de meerderheid van de Tweede Kamer worden uitgeschreven) en nauwelijks belangstelling had voor echte directe democratie (waarbij burgers via handtekeningeninzameling bindende referenda kunnen afdwingen). Maar in het verkiezingsprogramma 2010 maakt de PVV de draai compleet. Ze verklaart nu: “De democratie verkeert in haar grootste crisis sinds Thorbecke. (...) Alleen een radicale democratisering kan de dominantie van de linkse elites breken. Dus kiest de PVV voor het bindend referendum. Dat betekent dat de burger over elk besluit met een bepaald aantal handtekeningen om een volksraadpleging kan vragen.” (p. 17)

CDA

Samen met de SGP veranderde het CDA resp. de partijen waar zij uit is opgebouwd nooit van mening. Zij is principieel tegen elke vorm van directe democratie. Zij brengt het zelden ter sprake maar in partijdocumenten wijst zij de volkssoevereiniteit principieel af. Met uitzondering van de periode 1994-2002 waren de christendemocraten de spil van de regeringscoalitie en konden als zodanig het referendum steeds blokkeren. Anno 2010 is daarin niets verandert. Het verkiezingsprogramma 2010 stelt: "Het CDA is geen voorstander van het referendum. Referenda passen niet binnen onze representatieve democratie en dragen ook niet bij aan de goede werking daarvan." (p. 81) Meteen daarna verklaart het CDA zich voorstander van burgerparticipatie, omdat die het vertrouwen van burgers in de overheid versterkt. Ofwel: het CDA vertrouwt burgers niet, maar burgers moeten het CDA wel vertrouwen.

 

SP

De SP geldt het laatste decennium als een vaste voorstander van het correctief referendum. Ook heeft de partij korte tijd gepleit voor een “recall”, een mogelijkheid om verkozen politici tussentijds tot aftreden te dwingen. De partij heeft ook oproepen gesteund van b.v. Geert Wilders voor een referendum over de EU-toetreding van Turkije. De partij staat een stuk huiveriger tegenover het volksinitiatief (waarmee burgers eigen voorstellen ter stemming kunnen brengen). In vroegere partijprogramma’s sprak de partij zich voor het volksinitiatief uit, maar hiermee bedoelde ze kennelijk een referendum dat door burgers wordt aangevraagd (terwijl een correctief referendum ook door burgers wordt aangevraagd). Maar uit de partijprogramma’s 2006 en 2010 is het volksinitiatief helemaal verdwenen. Het partijprogramma 2010 zegt slechts beknopt: “In een democratie is het laatste woord aan u. Maar bij belangrijke beslissingen heeft u steeds minder te zeggen gekregen. (...) We geven mensen de mogelijkheid om via referenda hun mening te geven en hun vertegenwoordigers te corrigeren.” (p. 11)

 

D66

Van D66 wordt gezegd dat ze zo’n beetje is opgericht voor het referendum. Dat is niet waar. Pas in de jaren ’80 werd ze heel langzaam en voorzichtig voorstander van het referendum, terwijl andere partijen er al voor pleitten. In 2002 sprak D66 zich in het verkiezingsprogramma het radicaalst van alle partijen uit: voor zowel het correctieve referendum als het volksinitiatief, met lage handtekeningendrempels en zonder opkomstdrempels. In het verkiezingsprogramma 2006 spreekt D66 zich met minder details uit voor het correctief referendum en het volksinitiatief. In 2010 is het referendumstandpunt nog wat wateriger: naast het correctief referendum moeten er middelen bestaan zoals het preferendum en meerkeuzereferenda. De laatsten zijn typisch niet-bindende raadplegingen die door verkozen politici worden gehouden, met keuze-opties die de politici voor wijs en verstandig houden. Het zijn dus geen bindende referenda die door burgers worden aangevraagd, ze laten een grote ruimte aan politici om de uitslagen naar believen te interpreteren, enz. In de praktijk stemt D66 echter wel mee met de verstandige voorstellen van andere partijen.

GroenLinks

GroenLinks is een warm voorstander van directe democratie. Ze heeft dat geerfd van o.a. de PPR, die al referendumwetten indiende toen D66 zich daar nog niet mee bezig hield, en die in GroenLinks is opgegaan. In de praktijk van de Tweede Kamer stemt GroenLinks voor het correctief referendum en het volksinitiatief. De verkiezingsprogramma’s zijn niet altijd even duidelijk en weerspiegelt nogal trends en modes. Sprak GroenLinks zich in het verkiezingsprogramma 2002 uit voor het referendum en het volksinitiatief, in het verkiezingingsprogramma 2006 was ze vooral gepreoccupeerd door Europese directe democratie: referenda over Europese onderwerpen, het Europees Burgerinitiatief, enz. In het verkiezingsprogramma 2010 is het lokale en nationale referendum kennelijk gewoon vergeten. De partij spreekt ze zich alleen uit voor “Europawijde correctieve referenda” (p. 42). Dat “Europawijde” hoor je vaak bij progressieve partijen die het niet leuk vinden dat de besluitvorming in de EU nu nog deels nationaal is geregeld, waardoor één lidstaat iets kan blokkeren. Dat wil men voorkomen door de Europese kiezers als één electoraat te zien, waardoor een afwijkende nationale stem dan kan worden overruled. Dat zou een fundamentele breuk met het heden zijn, want EU-lidstaten hebben die soevereiniteit nooit op het Europees niveau geplaatst. Het zou dus de totale ombouw van de Europese Unie vergen.

ChristenUnie

Deze partij ziet de overheid als “een dienares van God” en daarom verwerpt ze principieel de volkssoevereiniteit. Ze heeft dan ook altijd tegen voorstellen voor referenda gestemd. Met name binnen de GPV-stroming is men echter niet principieel tegen het correctieve referendum. Dit is geen volkssoevereiniteit, want de verkozenen zijn de enigen die voorstellen op de agenda kunnen zetten, en daarom is er geen bezwaar tegen, argumenteerde GPV-leider Schutte eens. De partij heeft ook overwogen om het eenmalige referendum over de Europese grondwet te steunen, maar dit uiteindelijk niet te doen. Het verkiezingsprogramma 2006 is nu het eerste programma dat het correctief referendum opneemt. Er wordt wel bij vermeld dat er een voldoende hoge handtekeningendrempel moet zijn en een opkomstdrempel van maar liefst 50 procent. Dat is erg hoog en zal in de praktijk voor problemen zorgen (waaronder boycotacties van referendumtegenstanders). Het verkiezingsprogramma 2010 herhaalt dit standpunt (p. 64) Dit kan ervoor zorgen dat de ChristenUnie straks toch tegen referendumvoorstellen stemt, want de meeste andere partijen willen een veel lagere of geen opkomstdrempel.

 

Partij voor de Dieren

 

De Partij voor de Dieren is, met de andere progressieve partijen, een voorstander van het referendum. Het verkiezingsprogramma 2010 meldt: “De Partij voor de Dieren vindt dat democratie de staatsvorm is die de inwoners van een land het meeste recht doet. In eigen land moet het democratisch gehalte van de besluitvorming worden versterkt. (...)Het raadgevend referendum moet een plaats krijgen bij belangrijke besluiten.” (p. 50) Een raadgevend referendum is niet bindend (geeft slechts raad aan de verkozen politici). De Partij van de Dieren stemt in de praktijk echter ook in met het bindende correctieve referendum, als andere partijen wetsvoorstellen daartoe indienen. Er gaat kortom nog niet zoveel visie schuil achter haar standpunt uit het partijprogramma.

 

SGP

De SGP is een uitgesproken theocratische partij en samen met het CDA de enige partij die principieel tegen elke vorm van directe democratie is. De overheid is de “dienaresse Gods”. Waarom burgers van God wel personen mogen kiezen maar geen onderwerpen, blijft onduidelijk. Tenzij we natuurlijk bedenken dat de SGP tegen vrijheid is (het verkiezingsprogramma 2006 valt de “dwaze misvatting” aan dat “ieder mens vrij zou zijn om te doen en te laten wat hij of zij zelf wil”) en een vertegenwoordigend systeem meer onvrij is dan een directe democratie. Het verkiezingsprogramma 2010 meldt: “De SGP is geen voorstander van directe democratie. Referenda, een gekozen burgemeester of minister-president en andere vormen van bestuurlijke ‘vernieuwing’ zijn een teken van armoede.”

 
vorige pagina pagina printen